Sponsoravond 2017

19-05-2017

Sponsoravond voltreffer


De 470 aanwezige gasten gingen er allen eens goed voor zitten. De sponsoravond van sv Grol, een avond met een hoog ‘plopgehalte,’ heeft immers een reputatie hoog te houden. Viel het programma van FC De Rebellen afgelopen jaar niet in de smaak bij de aanwezigen, iets dat volgens Grol-voorzitter Hans Scheinck ‘Zo Glenn Helder als wat’ was, de organisatie bezorgde zichzelf en de aanwezigen deze keer een voltreffer met presentator Eddy van der Leij die op vakkundige wijze trainer Gert Jan Verbeek en voormalig tophockeyer Jacques Brinkman spraakmakende uitspraken ontlokte over actuele zaken, zoals in de lijn der verwachtingen. Beide analisten nemen immers nooit een blad voor de mond en zeggen wat ze denken.  “Afgelopen jaar hadden jullie FC de Rebellen, deze keer hebben jullie echte rebellen te gast,” aldus ‘Tukker’ van der Leij. Na het zeer interessante item met dit driemanschap, voorzien van de nodige kwinkslagen, was het de beurt aan cabaretier Thijs Kemperink die de zaal schaterend aan zijn voeten kreeg met zijn frisse humor. Vele malen knikkende mensen, vooral mannen, vanwege het hoge herkenningsgehalte.

We nemen u aan de hand van een aantal quotes mee terug naar de sponsoravond:

Gert Jan Verbeek over De Graafschap: “Zo jammer dat die club al jarenlang ontzettend slecht wordt bestuurd, met alle beste bedoelingen. De Graafschap zal uiteindelijk verpieteren in de Jupiler-League als ze niet snel terugkeren naar de eredivisie. Ik ben er dan ook een voorstander van dat de eredivisie uitgebreid wordt naar 22 teams in plaats van terug naar 16. Clubs als De Graafschap, NAC en Cambuur hebben enorme potentie. Die horen in de eredivisie. In de Jupiler League kun je als club geen 20 spelers onderhouden.”

Over de invloed van spelers: “Je moet je beleid nooit ophangen aan spelers, maar aan beleid. Als je 30 spelers in een selectie hebt, dan zijn er altijd wel tien die vinden dat de trainer moet oprotten.”

Over kunstgras: “Ik heb kunstgras gepromoot want ik moest bij Heracles trainen op een akker waar zelfs een boer niet trots op kan zijn. Luister niet naar die man met die snor op tv (Johan Derksen,red). Je neemt toch niet iets aan van een man die liever is tegen zijn hond dan tegen zijn vrouw?”

De 55-jarige Verbeek over zijn toekomst: “Ik wil mijn carrière in Nederland afsluiten, niet in Abu Dhabi of een ander veel te warm land. Tegen Ajax of PSV zal ik geen ‘nee’ zeggen en Feyenoord zal wel niet meer langskomen, hoewel dat zeer onverstandig is. FC Twente past ook wel bij me. Ik ben in Enschede opgegroeid. Toen ik met Feyenoord bezig was meldde Twente zich ook. Ik heb Joop Munsterman toen gezegd dat als ik er met Feyenoord niet uit zou komen ik naar Twente zou komen. Ik kwam er uit met Feyenoord en 7 maanden later werd ik ontslagen. Het jaar erop werd Twente kampioen. Zo kan het dan gaan. Spijt heb ik echter nooit gehad van mijn keuze toen.”

“Soms maakt 0,01% het verschil. Je moet als topsporter elke dag, elk uur, elke minuut, elke seconde beste willen zijn. Topsport begint al in de wieg.” 

Over zijn periode bij Feyenoord: “Er was toen helemaal geen topsport klimaat. Ze trainden maar vier keer in de week. Dat heb ik opgevoerd naar zeven keer, maar dat vergt erg veel van een organisatie. Niet alleen van de spelers, maar ook de wasvrouw en de man die over het hek sluiten gaat.”

Jacques Brinkman over drankgebruik na een hockeywedstrijd: “Ook bij ons staan de kratten hoog tegen de muur op opgestapeld. Na de wedstrijd altijd een meter bier en een cola. Die was van mij. Nu ben ik wel van het bier want ik ben een eigen brouwerij begonnen.”

Over kunstgras: “Weg met dat kunstgras. Als je het enige land in de wereld bent dat kunstgras heeft, dan verlies je de aansluiting. De KNVB moet eerst zorgen dat de Technisch Directeur weg gaat, daarna het kunstgras weg.”

Over aanpassing spelregels: “Ik ben er voor om bij een gele kaart tijdstraffen in te voeren. Dan heb je straf in dezelfde wedstrijd. Dat is veel eerlijker.”

“Lastige spelers moet je altijd als eerste opstellen. Met lieve jongens win je nooit.”

Thijs Kemperink:
“Ik verwachtte een voetbalkantine met 30 man en dan kom ik hier. Mán, daar doe ik normaal vier dagen over.”

“Ben ik een keer in Amsterdam, komt er zo’n westerse kakker naar ons toe. ‘Zo, jullie komen uit Twente? Dan zullen jullie er wel lang over gedaan hebben, met de trekker. Hebben jullie wel verharde wegen?’ Tuulk wal!, zei ik. In de winter!”

“Kom ik een keer laat thuis, probeer ik zachtjes te doen. Heb ik op de terugweg op de fiets al geoefend met normaal praten. Thuis weet ik de klink te vinden, dat is al heel wat. Vraagt mijn vrouw van boven waar die herrie vandaan komt. Ik zeg: mijn jas viel. Zegt zij: dat geeft toch niet zoveel lawaai? Ik: nee, klopt, maar ik zat er zelf nog in.”